Egobreinen zijn waanfonteinen rond ethisch rekbare valkuilen gaaf saluerende dwarrelvelden die met hun explosief weefsel ongrijpbaarste adem plooien tot gemarmerd verband
een werkelijk oceanisch hart vult zich dieper warmend ruimte verslindend werpt het licht op elk aan leven en sterven gehoorzamend wezen dat zich haar uit nood vertoont
menszijn is een leertraject van uithuizigst slapen naar ontwaak en stol tot vleesvracht en snurk in karma wasemend vruchtwater totdat plicht zich meldt straks en zingenot zich voegt toch naar besef
zie dan hoe je vordert openlijk en welke stappen zinvol zijn wie weet waar dit wonderlijk bevel je voert te midden van gevaar en schoonheid geplaagd door twijfel en vertrouwen zwenkend tussen houvast en verwerp
ach wat weten wij per saldo weinig over waarde en verwaarloosbaars hoezeer ontgaat ons dit ene pure oorspronkelijk vervullend bestaan terwijl storm op storm woedt buiten en binnen brandhout slinkt
edeler noodzaak wil ontvlammen en me verbinden met wie zicht vond of oprecht zoekend is eenieder gewaar het innerlijk serum dat ons vlokjes de moed bereidt tot leven in volheid.
Neem plaats in kleurrijk dienstverband en koester niet langer klein contrast, schenk juist dit hoogst ongrijpbaar bestaan aan wat jij ten diepste verlangt
de ochtendpoort moge jou openen een grenzeloos terrein, stralend van vredig verbonden beleven hoe elementaire goedheid heerst
welkom in herberg de Juwelenhaard waar men wijsheid serveert en gemoedsrust: hartige gerechten naar keuze voor elke denkbaar grimmige tocht
het traject intussen dat achter je ligt zal nauwelijks nog herkenbaar zijn, we hebben onszelf als weefselwezens nu eenmaal gebrekkig afgesteld
zelden maken vlokjes vlees duurzaam connectie met innerlijkheid, dus hoe betrouwbaar is hun zicht op het nut van het vele profane
wakend berooft ons het vormenspel van nuchtere greep op dwarrelende zinnen, terwijl ‘s nachts venster na venster zich opent en zie: je verdwijnt
hoe koerst men dan tussen licht en donker naar de vanouds aanwezige oever waar ook mijn leraar verzadigd door oceanische adem thuiskwam
loslaten leert me de kracht waarderen die aldoor pulseert en nergens op leunt; toelaten schenkt ons de levende context die nergens nog lekt of aanvult
voorheen weigerde ik vrienden zelfs in mijn particuliere koestermoeras, maar sinds ik graf en geboorte verliet neemt Mara er steevast een kijkje
dan groeten we elkaar en glimlachen, wetend van Boeddha’s sublieme gebaar; soms geeft hij advies of hoor ik suggestie en dan dank ik zo’n godheid van harte
want wie heeft méér baat bij ontwaken dan dit ongeschoold haperschaap: wie is er niet die mij intiemer nog leert de synchrone taal van bedoeling
kom dus, neem plaats in je zetel, dit is het verhaal van de grote kwestie en van een reis die stilaan ons tovert tot dansende berg van beleving.